Zoeken

#9 Uit het archief


Uitnodiging voor een expositie bij Galerie Pennings in 1981

In 1998 interviewde Rik Suermondt Harry Pennings in het kader van het 20-jarig bestaan van Galerie Pennings. De tekst geeft een goed beeld van wat Harry beoogde. Een mooi tijdsbeeld. Vandaar een reprise.


Het interview verscheen in De Fotograaf (nr. 4) 1998, pp. 19-21.
















Galerie Pennings: 20 jaar op de huid van de fotografie


Galerie Pennings, gevestigd te Eindhoven, is de oudste bestaande fotogalerie in Nederland, en vandaag de dag meer dan ooit in beweging. Onder de bezielende leiding van Harry Pennings wordt sinds 1979 een consciëntieus tentoonstellingsbeleid gevoerd, dat vrijwel volledig is toegespitst op de autonome fotografie. Een gesprek met een geëngageerd fotoliefhebber.


Tien jaar geleden werd Galerie Pennings in een kunstblad geafficheerd als “een expositieruimte die deel uitmaakt van een winkel voor interieurverzorging waar ongeveer tien tentoonstellingen per jaar worden georganiseerd over hedendaagse fotografie van voornamelijk Nederlandse fotografen.” Als ik deze omschrijving voorleg aan Harry Pennings, reageert hij enigszins verbaasd.


“Nee, ik was zeker niet alleen bezig met Nederlandse fotografen. Een van mijn eerste exposanten was Ralph Gibson. Een andere vroege deelnemer was Keiichi Tahara, wiens schitterende serie ‘Fenêtres’ bij mij nog vers in het geheugen ligt. Maar ook Christian Boltanski, Jochen Gertz, John Hilliard, Mario Giacomelli en Werner Mantz exposeerden in die begintijd. Ik wilde dus zeker niet alleen Nederlandse fotografen. Maar het onderhouden van contacten buiten Nederland was lang niet altijd even makkelijk te combineren met de werkzaamheden voor mijn designwinkel.”


“Maar als ik echt geïnteresseerd was in een buitenlandse kunstenaar of fotograaf, nam ik toch de tijd om hem of haar op te zoeken. Voor de komst van de Euromarkt bracht dat soms de nodige problemen met zich mee. Bijvoorbeeld toen ik rond kerst 1982 in Parijs met mijn vrouw en kinderen in de auto foto’s ging ophalen bij Christian Boltanski, en de Franse douane na inspectie allerlei problemen maakte over de BTW. Bij de expositie van John Hilliard weet ik nog dat er veel te hoge bedragen werden gevraagd voor het transport, en toen ben ik uiteindelijk zelf maar met de auto op en neer gereden naar Engeland om de foto’s weer af te leveren.”


“Ik ben in 1979 met fotogalerie Pennings begonnen. Er waren toen twee andere galeries in Nederland: Ger Fiolet en Canon Photo Gallery, beide in Amsterdam. Die hebben inmiddels allebei het loodje gelegd. Ik ben dus nu de oudste fotogalerie in Nederland. Toen noemde ik het nog nadrukkelijk ‘fotogalerie’. Nu vind ik dat een te beperkende benaming, omdat ik de laatste jaren ook fotografie in samenhang met beeldhouwkunst en andere disciplines laat zien; als een vorm van mixed media.”


“Toen ik jong was kocht ik als zovelen een box camera. Daar ligt het begin van mijn fascinatie voor de fotografie, die nog werd versterkt door de eerste probeersels in de donkere kamer. Ik was echter heel kritisch, en meende uiteindelijk dat ik te weinig talenten had. Na het starten van de galerie werd ik bovendien geconfronteerd met zoveel goede fotografie, dat ik besloot om de camera op te bergen.”


“Mijn doelstellingen waren in het begin zeker niet commercieel, maar ideëel. Ik zag de galerie als een uitbreiding van mijn meubelzaak, die me weliswaar meer geld kostte dan het opleverde, maar die ook extra cachet gaf aan de winkel. Kunstfotografie was bovendien in de begintijd moeilijk commercieel te maken. Ik verkocht maar weinig. In 1994 heb ik mijn designwinkel van de hand gedaan en deze fraaie ruimte gekocht, waardoor ik nu alle tijd en energie in de galerie kan steken. Ik ben nu heel actief en zelfs agressief bezig om de markt van potentiële kopers te verbreden. Maar het blijft een enorm gevecht, alhoewel er het laatste jaar toch wel degelijk sprake is van een stijgende lijn. Zo deed ik voor het eerst mee aan de KunstRAI in Amsterdam en sta ik op de ‘Paris Photo’, een gespecialiseerde beurs in fotografie waar op een heel geëmancipeerde en integere manier fotografie wordt verhandeld. Een verschil met vroeger is dat ik nu bij dergelijke gelegenheden bewuster keuzen maak in hetgeen ik nu aanbied. Sommige fotografie werkt nu eenmaal goed als object, als enkel werk dat decoratief in het interieur kan worden opgehangen. Seriële en documentaire fotografie lenen zich daar minder makkelijk voor, en zijn dus moeilijker te verkopen.”



Uitnodiging voor de expositie van Willy Ronis in 1982

“Fotografie heeft nu een heel ander gezicht dan in 1979. De documentaire fotografie was toen veel nadrukkelijker in beeld. Ik heb in de begintijd bijvoorbeeld werk laten zien van Willy Ronis en Jean-Philippe Charbonnier, Franse fotografen die in de jaren vijftig en zestig in een humanistische traditie werkten, en de ‘petit bonheur’ van het dagelijkse leven op poëtische wijze vastlegden. Uit Nederland exposeerden onder andere Martien Coppens, Dolf Kruger, Johan van der Keuken en Peter Martens. Die keuze zou ik nu niet snel meer maken. Een grappig detail is dat wanneer ik vroeger een tentoonstelling organiseerde, dan kreeg ik deze compleet van de fotograaf per post in één doos fotopapier van 30 x 40 cm toegestuurd; precies zoals persfotografen hun foto’s bij de redactie van kranten en tijdschriften afleverden. Heel goedkoop en heel gemakkelijk. Tegenwoordig is het werk vaak veel groter, en moeten er ingelijste foto’s in kratten vanuit New York naar Eindhoven worden verscheept. Dat kost je een vermogen aan transportkosten.”


Als ik kijk naar wat je dit voorjaar in de galerie had hangen, autonoom werk van twee jonge, nog tamelijk onbekende Nederlandse fotografen: Elspeth Diederix en Viviane Sassen. Ligt daar een soort voorkeur?


"Nee, ik wissel exposities van jonge talenten af met presentaties van rijpere collega's. Maar het aandeel van jonge fotografen is wel toegenomen. Deels is dat noodgedwongen. Aan Jochen Gertz zou ik nu niet meer moeten denken. Het kost te veel. Vaak worden dergelijke fotografen nu vertegenwoordigd door grote buitenlandse galerieën. Je moet niet vergeten dat in mijn begintijd het fotografisch veld 'maagdelijk' was. lk kon iedereen vragen, en ze kwamen ook allemaal graag. Nu hebben de grote fotografen hun randvoorwaarden. Als Amsterdam persé moet, okay, maar liever in Parijs en New York. Om over Eindhoven maar te zwijgen."


Hoe kom je aan exposanten? Door academiebezoek? Fotofestivals? Of komen fotografen bij jou langs om hun portfolio te presenteren?


"Ook via informatie uit tijdschriften. Op de belangrijke internationale fotopublicaties heb ik abonnementen. Bovendien heb ik contacten met buitenlandse conservatoren; een hele goede bron, omdat je dan werk van talentvolle fotografen onder ogen krijgt waarvan in Nederland nog niemand heeft gehoord. lk heb vooral veel contacten in Frankrijk. Mijn vrouw is Française. Daarnaast ben ik een regelmatig bezoeker van de festivals van Arles, Houston, Parijs en Toulouse. Eindexamen-exposities op academies zijn natuurlijk zeer interessant. En ook de KunstRAl is een belangrijke ontmoetingsplaats. Vooral sinds de startstipendia daar worden getoond."


Hoe bepaal je wie wel en wie er niet exposeert? Zijn er bepaalde 'objectieve' criteria? Of gaat het puur gevoelsmatig?


"Het is intuïtief. Alle andere antwoorden zouden onwaar zijn. Wel ben ik momenteel bezig met het schrijven van een profiel van mijn galerie, naar aanleiding van wat ik intuïtief doe. En deze rationele verantwoording moet natuurlijk mijn gevoelsmatige keuzen dekken. Zo zeg ik in het profiel dat ik nog maar bij uitzondering documentaire fotografie laat zien, ondanks dat ik het prachtig vind. Maar dit zeggende, zou het best kunnen zijn dat er in de komende jaren hele nieuwe vormen van documentaire fotografie ontstaan. En dan kies ik er misschien weer wel voor. Voorlopig concentreer ik me echter op de autonome, geregisseerde fotografie.”


“In die twintig jaar heb ik toch steeds geprobeerd om mijn eigen ideële doelstelling te koppelen aan de commercie. En vanuit mijn achtergrond van meubelverkoper streef ik natuurlijk naar een perfecte inrichting van de exposities. Dit jaar komen er trouwens voor het eerst exposities van kunstenaars die zich bezig houden met nieuwe media als video en internet. Deze belangstelling komt mede voort uit de artikelen die ik gelezen heb van de filosoof Vilém Flusser, die beschrijft hoe de fotografie als technisch beeld een logische ontwikkeling doormaakt naar TV, video en internet. Deze ontwikkeling wil ik via mijn galerie blijven volgen."


Volgende week: deel 2 van het interview door Rik Suermondt

41 keer bekeken

PENNINGS FOUNDATION

Geldropseweg 63

5611 SE  Eindhoven

info@penningsfoundation.com

Tel: +31 (0)40 30 80 609

OPENINGSTIJDEN

Woensdag:
Donderdag: 
Vrijdag:   
Zaterdag:  
en op afspraak

 

12:00 – 17:00
12:00 – 17:00
12:00 – 17:00
12:00 – 17:00

VOLG ONS