top of page
Zoeken

#15 Solo bij Pennings Foundation

Solo-expositie van Theo Derksen bij Pennings Foundation, september-oktober 2019

Aan het woord: Theo Derksen


Theo Derksen (1954) bezocht Galerie Pennings al in de tijd dat Harry Pennings de galerie leidde. “Harry had foto’s uit mijn boek ‘Ogenblikken’ (1993) gezien en was daarvan gecharmeerd. Harry had plannen voor een presentatie van deze serie op een fotofestival, maar daar is het niet meer van gekomen. ‘Ogenblikken’ is daarna nog wel te zien geweest in Het Domein in Sittard.” Theo Derksen werkt altijd lang aan projecten om ze vervolgens af te ronden met een fotoboek en een expositie. “Aan het project ‘Ogenblikken’ heb ik tien jaar gewerkt.”


Zijn opleiding had hij gevolgd aan de Academie voor Kunst en Vormgeving St. Joost in Breda in de richting fotografie en audiovisuele vormgeving. Na zijn afstuderen ging hij aan de slag als freelance fotojournalist voor dag- en weekbladen. Vanaf 1990 was hij lange tijd verbonden aan de Academie Beeldende Kunsten in Maastricht (nu Zuyd Hogeschool), eerst als docent, later als coördinator van de afdeling fotografie en audiovisuele vormgeving en lid van het managementteam media design en technologie. Naast zijn opdrachten ging hij zich toeleggen op reisfotografie, maar hij ging ook thematische series maken en ontwikkelde zich daarmee in autonome richting. Hij exposeerde regelmatig, in binnen- en buitenland. “In 1988 ontving ik de Kodak C&I Award, wat mij een expositie in Houston opleverde, samen met Carl De Keyzer en Dirk Braeckman.”


Theo Derksen rond zijn projecten altijd af met een expositie en een fotoboek. 'Ogenblikken' verscheen in 1993

Onlangs (op 8 september 2019) werd bij Pennings Foundation de grote solo-expositie ‘Disneyfication’ geopend. “Aan dit project heb ik twintig jaar gewerkt, niet continu, maar tussen mijn vaste werkzaamheden door.” Voor dit project heeft hij reizen gemaakt door Europa, Het Midden-Oosten en Azië.


Theo Derksen signaleerde wereldwijd een opvallend fenomeen in het straatbeeld: het mooier maken van de omgeving door het opplakken van grote foto’s. Afbraakbuurten, stukken braakliggende grond, bouwputten, lelijke woonwijken en drukke verkeersaders worden steeds vaker afgeschermd door wanden met beelden van mooie architectuur, mooie landschappen of met glamourbeelden van actrices en fotomodellen. Met ideaalbeelden wordt een schijnwerkelijkheid gecreëerd, als decors in een filmset. Theo Derksen spreekt dan ook van ‘disneyfication’.


Derksen heeft jarenlang onderzoek gedaan naar de geografische spreiding en verschillende uitingen van het fenomeen Disneyfication in de openbare ruimte in Europa, Azië en het Midden-Oosten. Zijn conclusie is dat geografische plaatsbepaling niet meer relevant is: overal ter wereld duiken dezelfde beelden op. De globalisering is een feit.


“In 2010 liet ik bij Galerie Pennings een voorproef zien. Ik had toen al een tijdje contact met de nieuwe galeriehouder Petra Cardinaal. Toen ik begon aan het project had ik al wel de term ‘disneyfication’ in gedachten, maar dat was toen nog geen ingeburgerd begrip. Inmiddels wel, maar in 2010 gaf ik mijn expositie nog de titel ‘Topotesia’. Die naam verwees naar de gedroomde wereld, de gedroomde stad. Bij die expositie hingen de foto’s los in de ruimte. Als er toen al banners waren, had ik daar voor gekozen.”


Het is belangrijk dat er iemand vóór de wallpaper langsloopt, zodat er interactie ontstaat tussen fictie en werkelijkheid

In de fotowerken van Derksen is geen sprake van photoshop. Derksen heeft alles zo gefotografeerd zoals hij het heeft waargenomen. Hij zoomt in op de wallpapers, maar dan zo dat je nog net de werkelijkheid rondom de opgeplakte foto ziet. Het gaat om het contrast: wat is realiteit, wat is nep? Bij iedere foto vraag je je af ‘waar kijk ik nou naar?’

Maar Derksen toont ook aan dat de wereld zich niet laat disneyficeren. Met zijn foto’s doorbreekt hij de geïdealiseerde wereld door oneffenheden te laten zien: de scheuren in de wallpapers, constructies die de beelden verstoren of simpelweg het gegeven dat niet alle lelijkheid bedekt kan worden met fotowanden.