Zoeken

#13 Breda Photo 2005


Magazine Breda Photo 2005 en boekje van de tentoonstelling waarvan Harry Pennings curator was.

Harry Pennings was de curator van de hoofdtentoonstelling van Breda Photo in 2005 met als thema ONWERKELIJKE SCHOONHEID.

Voor het magazine dat bij het fotofestival verscheen schreef hij een essay. De tekst geeft een goed tijdsbeeld, niet alleen over diverse opvattingen over schoonheid, maar ook over de overgang van analoge beeldbewerking naar digitale beeldbewerking. Vandaar een reprise:


ONWERKELIJKE SCHOONHEID & FENOMENALE FEMINATHEEK

Harry Pennings


Het aangereikte thema door Breda Photo is poëtisch, maar weerbarstig. Onwerkelijke schoonheid is immers een illusie. Bovendien is het paradoxaal deze illusie vorm te willen geven en te verbeelden met het fotografisch medium. De fotografie zou toch het middel zijn om de werkelijkheid te registreren. Per definitie! In zijn oorspronkelijke vorm registreert de fotografie inderdaad de werkelijkheid. Maar via manipulatie heeft de fotografie al snel de mogelijkheid tot aanpassing en vervreemding gekregen om de illusie een werkelijkheidskarakter te geven.


Het medium dat vaak gebruikt wordt door de kunstenaars die deelnemen aan Breda Photo is daarmee niet alleen meer de fotografie, maar ook de digitale beeldwerking. Dit laatste heeft niets meer te maken met fotografie maar wel alles met het, met behulp van de computer, maken van beeld. Er is dan ook sprake van gebruik van twee totaal verschillende technologieën, waarbij de uitvinding van de digitale beeldwerking - rond 1995 - van even groot belang is als de uitvinding van de fotografie in 1839.


De tentoonstelling in het Breda's Museum laat vrijwel uitsluitend foto's zien waarbij geen gebruik is gemaakt van digitale ingrepen om het beeld te veranderen. De keuze hiervoor is ingegeven door het museumbeleid dat zich baseert op historische uitgangspunten. Toch wordt ook in deze expositie gemanipuleerde fotografie getoond, zij het gemaakt met ‘klassieke’ ingrepen; Photoshop manipulatie avant la lettre. Een duidelijk verschil is dat het altijd gaat om zichtbare, ambachtelijke, aanwijsbare manipulatie. Vanwege dit karakter is zij, gezien in breder sociaal en maatschappelijk verband, ongevaarlijk. Dit kan overigens zeker niet worden gezegd van de nieuwste manipulatietechnieken. Via de media worden we dagelijks geconfronteerd met onzichtbare beeldmanipulatie en daarmee is het een beïnvloeding van de werkelijkheid.


Uitnodiging voor Breda Photo 2005 met een persoonlijk briefje van Harry Pennings

De stelling dat het eenvoudiger is om schoonheid te fotograferen dan onwerkelijkheid lijkt op zichzelf aanvaardbaar. Maar ook blijkt het onmogelijk om het begrip schoonheid zelf een sluitende omschrijving te geven. Wel mag gezegd worden dat het belangrijkste en bekendste symbool hiervoor dat van de vrouw is. In ziin boek ‘De Naakte Vrouw’ beschrijft Desmond Morris het bestaan van deze schoonheid. Als hij elders aangeeft dat ‘in vroeger jaren de hoofdgod altijd een godin is geweest', is het boeiend om in het licht van deze uitspraak te kijken naar de in de expositie opgenomen foto's van de Franse kunstenaar Orlan. Zij noemt haar werk ‘Carnal Art’, letterlijk vleeskunst. Zij laat zien hoe zij met chirurgische ingrepen bij zichzelf zoekt naar de volmaakte schoonheid. Deze vindt zij o.a. bij de Griekse godin Diana.


Ook al is het eeuwige symbool voor schoonheid - de vrouw - het meest vertegenwoordigd in deze tentoonstelling, de man is ook veel aanwezig. Opvallend is dat de mannen in de getoonde foto's vaak een narcistische uitstraling hebben, in tegenstelling tot die foto's waarop de vrouw op natuurlijke wijze haar schoonheid toont.


De foto's van de ‘Fenomenale Feminateek’ zijn hierop een uitzondering. De honderden getoonde foto's zijn plaatjes, clichés, afkomstig uit seksblaadjes. In de jaren 1950-1979 verzamelde, catalogiseerde en rubriceerde Louis Paul Boon 24.000 afbeeldingen. In een uitvoerig artikel in De Morgen van 2 oktober 2004 schrijft Jeroen de Preter hierover dat deze verzameling thans veel meer verrassend en ontroerend is dan wat oorspronkelijk door de Vlaamse schrijver werd nagestreefd. Als we de tentoonstellingswand met de honderden foto's uit de Fenomenale Feminateek weg zouden schuiven, krijgen we zicht op de 'unieke' beelden van de Onwerkelijke Schoonheid zoals we die menen te hebben gevonden in het werk van bijna 100 fotografen. Wereldberoemd en onbekend, en werkend volgens diverse opvattingen en technieken binnen het fotografisch medium.


We zien het surrealistische, geïdealiseerde beeld van de vrouw gefotografeerd door Alvarez Bravo, naast de rafelige, onaffe schoonheid in de foto van Paul Kooiker. Daarnaast - in absurdistische, erotische tekst en beeld van Paul C. Bogaers. We bewonderen George Hendrik Breitners' vrouwen naast die van Sanne Sannes. We zien ook Hans Biezen in gezelschap van Gerard Fieret. We komen bij de foto's uit een bijna antropologische studie van Pere Formiguera, of van Charles Fréger die honderden foto's produceerde van majorettes in de door trotse moeders gemaakte jurkjes.


Verderop in de expositie zien we een surrealistische foto van Josef Sudek van een sculptuur, naast een 'zelfportret' van Herbert Bayer. En in dit gezelschap een drietal foto's die Gladys maakte van Parijse passanten, waarin ze zoekt naar de door haar veronderstelde gelijkenis met Griekse archetypen. Toos Nijssen verbeeldt prille schoonheid in haar video-installatie. Mario Rizzi registreert letterlijk de onwerkelijke schoonheid van de doden, met de foto's die hij maakte van mummies. Kunnen we bij de foto's van David Nebreda spreken van onwerkelijke schoonheid? Waarom kunnen de foto's - door en van hemzelf gemaakt - van een schizofrene, hoogintelligente kunstenaar ons zo fascineren? Vinden we het antwoord hierop in Susan Sontags' laatste boek ‘Kijken naar de pijn van anderen’ of bij Georges Bataille die zegt dat goddelijke extase en uiterste afschuw componenten zijn van hetzelfde?


Is dit ook wat we ervaren in de foto's die Ulay maakte van rituele verminking bij de Aboriginals? Of bij de antropoloog Dr. Paul Julien, die foto's maakte van de uitgerekte ‘labret’ lippen, als schoonheidssymbool bij sommige Afrikaanse stammen. Het blijkt steeds ook weer dat schoonheid een relatief, cultuur en tijdsbepaald begrip is. Maar velen van ons ondergaan wellicht liever de schoonheid van de foto's die vriendelijker zijn (of lijken: pas op bij Jan Busters' ‘Leda en de Zwaan’!) of de liefde in de foto's die Ruud de Brouwer maakte in een hommage aan zijn gehandicapte dochter. De foto's van Bill Brandt en Eikoh Hosoe geven ons een groot esthetisch genoegen, maar dit krijgen we ook bij de prachtige collages van de erotomane, geobsedeerde Pierre Molinier. En we glimlachen bij de ironie van de moederfiguur in de foto's van Margriet Smulders.


Deze caleidoscopische tentoonstelling biedt voor ‘elck wat wils’, niet om haar 'lekker' te maken maar omdat de verbeelding van het begrip Onwerkelijke Schoonheid eigenlijk alleen maar kan bestaan in de binnenwereld van de kunstenaar. En het werk van vele kunstenaars kan ons een bredere visie geven op wat hierop een reflectie is.

33 keer bekeken1 reactie

PENNINGS FOUNDATION

Geldropseweg 63

5611 SE  Eindhoven

info@penningsfoundation.com

Tel: +31 (0)40 30 80 609

OPENINGSTIJDEN

Woensdag:
Donderdag: 
Vrijdag:   
Zaterdag:  
en op afspraak

 

12:00 – 17:00
12:00 – 17:00
12:00 – 17:00
12:00 – 17:00

VOLG ONS