Zoeken

#12 Breda Photo 2005

Aan het woord: Jo Brunenberg

Een foto van Michal Macku uit de verzameling van Jo Brunenberg sierde de uitnodiging voor Breda Photo 2005

De organisatie van ‘Breda Photo 2005’ had Harry Pennings uitgenodigd als curator voor de hoofdexpositie van het fotofestival. Het thema was ‘Onwerkelijke Schoonheid’. Van de honderd foto’s die Pennings selecteerde voor de expositie in het Breda’s Museum was bijna de helft afkomstig uit de collectie van Jo Brunenberg.


Jo Brunenberg (1949) bezocht vanaf begin jaren ’80 Galerie Pennings en ontmoette daar Harry Pennings. “In 1982 ben ik begonnen met het verzamelen van fotografie. Ik kocht soms ook foto’s bij Galerie Pennings, zoals van Mamabart, Philip Provily en Charles Fréger. In die tijd bezochten we bijna jaarlijks het fotofestival in Arles, net als Harry en Françoise (zie blog #1), om op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen in de fotografie. Ook daar ontmoetten we elkaar. Harry had al in een vroeg stadium in de gaten welke fotografen er toe deden. Zo zag hij een van de eerste fotoseries van de inmiddels gerenommeerde Franse fotograaf Charles Fréger, nodigde hem uit voor een expositie en introduceerde hem zodoende in Nederland. Bij Galerie Pennings leerde ik ook zijn werk kennen en kocht de eerste foto’s van hem uit de serie ‘Waterpolo’ uit het jaar 2000 en raakte in contact met de fotograaf. Een van de mooie kanten van verzamelen is dat je vaak persoonlijk contact hebt met fotografen. Zo was ik ooit bij Duane Michals op bezoek in New York en fotografeerde in dezelfde stad een dag samen met Arthur Tress in een verlaten ziekenhuis. Met Fréger en een aantal andere fotografen ben ik bevriend gebleven.”


Harry en Francoise Pennings in Aigues Vives. Foto Jo Brunenberg 31 juli 2005

Als Harry en Françoise naar Arles gingen, verbleven ze in hun wondermooie huis in Aigues Vives. In juli 2005 waren Jo en zijn partner Rino Boersma (zie blog #3) daar op bezoek. “Harry had toen niet veel energie en Françoise vroeg of wij in de tuin wat snoeiwerk wilden doen. ‘s Avonds merkten we voor het eerst dat er misschien iets aan de hand was met Harry. Hij was oververmoeid en viel steeds in slaap. Deze foto van Harry en Françoise hebben we toen nog gemaakt op de dag van ons vertrek.”


Brunenberg was werkzaam in de grafische sector. Hij had een grafische opleiding gevolgd en had de Akademie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven doorlopen. Hij ontwikkelde zich als specialist op het gebied van drukwerk, fotografische printtechnieken en kleurmanagement. In 2013 hield hij daarover een lezing bij Galerie Pennings.


Jo Brunenberg en Rino Boersma waren ook betrokken bij de oprichting van Fotosz.nl (Fotografie Stichting Zuid Nederland, in 2008 in het leven geroepen om in samenwerking met Galerie Pennings activiteiten te ontwikkelen. In 2018 zijn Fotosz.nl en Galerie Pennings samen opgegaan in Pennings Foundation. IvB). Voor Fotosz.nl ontwierp hij de website en de huisstijl. In het eerste jaar organiseerde Fotosz.nl de expositie ‘Glow in Photography’, waarvoor Jo de fotografen benaderde. De expositie maakte deel uit van het festival Glow, dat nog altijd jaarlijks in Eindhoven plaatsvindt.


Jo Brunenberg is behalve verzamelaar en graficus ook fotograaf. In 2005 had hij een expositie in de galerie met een serie portretten van jonge mensen in Cuba. In het ED stond: “Aan de blik in de ogen te zien heeft de fotograaf meer op met mannen.” (Ondergetekende schreef dat destijds als recensent voor het Eindhovens Dagblad. IvB)


Uitnodiging voor de expositie van Jo Brunenberg bij Galerie Pennings in 2005

Brunenberg verzamelt foto’s met mannelijk naakt. In 2005 leende hij een groot aantal foto’s uit zijn bijzondere verzameling uit aan Harry voor de hoofdexpositie van Breda Photo met als thema ‘Onwerkelijke schoonheid’. Foto’s van o.a. Herbert Bayer, Bernard Faucon, Pere Formiguera, Horst P. Horst, Wilhelm von Gloeden, Peter Hujar, Sally Mann, Michal Macku, Paul de Nooijer, Erwin Olaf en Frank Meadow Sutcliffe. Een foto van Michal Macku sierde de uitnodiging voor het festival.


De expositie die Harry georganiseerd had was in de maanden september en oktober te zien in het Breda’s Museum. In een boekje dat bij de expositie verscheen schreef hij: “… Dit brengt de samensteller vanzelfsprekend tot de keuze voor het klassieke schoonheidssymbool: de vrouw. Maar het begrip ‘Onwerkelijke Schoonheid’ geeft bij verder onderzoek meer mogelijkheden. De belangrijkste toevoeging bestaat uit foto’s van de man. In een aantal gevallen kan dit net zoals bij de vrouw een erotische connotatie hebben. Als dit het geval is zullen de foto’s echter vaak een narcistische uitstraling hebben, anders dan bij de vrouw, die een meer natuurlijke schoonheid laat zien.”


Een recensie van de hand van Irma van Bommel verscheen in het Eindhovens Dagblad van 15 oktober 2005. Voor de leesbaarheid is de tekst hieronder geplaatst.



Recensie in het Eindhovens Dagblad over de hoofdexpositie van Breda Photo 2005 waarvan Harry Pennings curator was.


VEELZIJDIGE SCHOONHEIDSIDEALEN

Grote fototentoonstelling van Harry Pennings in Breda


In het jaar dat Harry Pennings naarstig op zoek is naar een opvolger voor zijn fotogalerie in Eindhoven – en intussen ook gevonden heeft -, wordt hij gevraagd om als gastcurator een tentoonstelling - de hoofdtentoonstelling — in te richten voor Breda Photo 2005, nu te zien in Breda’s Museum.

(Wat ik toen nog niet wist is dat de toekomstige galeriehouder, Petra Cardinaal, op de boekenbeurs van Breda Photo stond met de 'Portfolio’s' uitgegeven door de galerie. IvB)


Het thema van de fotomanifestatie dit jaar is ‘Onwerkelijke Schoonheid’, een prozaïsche naam voor een moeilijk te duiden begrip. De programmacommissie heeft het heersende schoonheidsideaal - jong, slank en atletisch - als uitgangspunt gekozen voor de vraag: welke rol speelt de fotografie hierbij?


En nu met de mogelijkheden van digitale beeldmanipulatie werpt zich een volgende vraag op: blijven fotografen dit ideaalbeeld bevestigen of leveren ze er commentaar op? De Beyerd en de NBKS zijn op zoek gegaan naar fotografen die daar met hun op de computer bewerkte foto's een reactie opgeven. Het Breda’s Museum daarentegen laat nog 'waarheidsgetrouwe' foto's zien uit het pré-digitale tijdperk. Hoewel, hier treffen we soms ook beeldmanipulatie aan – zoals bij het surrealistische zelfportret van Herbert Bayer en bij de beeldengroep van Michal Macku – maar deze zijn tot stand gekomen door conventionele technieken.


Pennings heeft de Fenomenale Feminateek van de Vlaamse schrijver Louis Paul Boon als startpunt gekozen voor zijn expositie. Het betreft een verzameling van (oorspronkelijk) tweehonderd duizend plaatjes van blote of half ontblote jonge vrouwen uit tijdschriften, voornamelijk snapshots, maar ook geposeerde foto's. Voor Boon was het verzamelen een obsessie geworden; hij catalogiseerde en rubriceerde zijn schoonheidsideaal. In het museum hangt slechts een klein deel, twee wanden vol. Wat enkele decennia geleden nog voor veel opschudding zorgde, komt nu onschuldig over. En ook wel oppervlakkig, omdat hier toch wel veel van hetzelfde wordt getoond. Aardiger, want intiemer, is het vorig jaar uitgebrachte boek met dezelfde titel. Mooie geposeerde foto's en luchtige teksten van Boon zijn hier samengebracht, nog wel heimelijk opgeborgen in een kistje.


Analoog aan de catalogiserende benadering van Boon, geeft Pennings een caleidoscopisch overzicht van het begrip schoonheid, uiteenlopend van het geïdealiseerde beeld tot aan lugubere voorstellingen van zelfverminking. Soms gaat het om registraties, maar vaak om ensceneringen.


We zien spontane, erotisch getinte opnamen van Sanne Sannes en frivool poserende meisjes van Gerard Fieret. Ook naaktstudies van de schilder Breitner passeren de revue. En idyllische buitenopnamen van bijvoorbeeld Katharina Behrend van de opkomende nudisten-beweging in Duitsland begin twintigste eeuw. Maar ook de schoonheid van de oudere generatie wordt verbeeld, zoals door Diana Blok. Of de meer bizarre schoonheid van dikke mensen zoals weergegeven door Paul Kooiker.


Anders dan Boon, heeft Pennings ook foto's van mannen in zijn tentoonstelling opgenomen, waarbij de meeste foto's een homo-erotisch lading hebben en bijna allemaal afkomstig zijn uit de particuliere collectie van Jo Brunenberg, zelf fotograaf. Zo zien we 'sculpturale' beelden van Horst P. Horst en Hans van Manen, maar ook observaties van opgroeiende jongens, zoals van Frank Meadow Sutcliffe eind negentiende eeuw of recenter van Yevgueni Mokhorev. Allemaal keurige foto's overigens, die niets te maken hebben met kinderpornografie.


Een andere particuliere collectie, met de afkorting MMD (uit Strassburg, zie blog #1), levert meer vervreemdende of absurde beelden die eerder in de performancekunst thuishoren, zoals de lugubere ensceneringen door Joel Peter Witkin. Of de zelfportretten van de aan schizofrenie lijdende Spaanse amateurfotograaf Davide Nebreda. Met zijn uitgeteerde lichaam toont hij de ultieme vorm van performance: uithongeren tot de dood erop volgt. Kan het nog absurder? Jawel. Uit een andere collectie komen de foto’s van de Franse performance kunstenaar Orlan. Zij ondergaat regelmatig plastische chirurgie om zichzelf te transformeren in (weer) een nieuw 'buitenaards' model.

(Deze alinea was destijds niet opgenomen in het Eindhovens Dagblad. IvB)


Particuliere collecties kunnen tot nieuwe 'vondsten' leiden. Zo verzamelt Jo Brunenberg ook 'dating' foto's van websites waarop homo's - met onherkenbaar gemaakte gezichten - zich aanbieden. De fotowand gevuld met dating foto's kan als tegenhanger worden gezien van de Fenomenale Feminateek waar vrouwen zich etaleren, overigens mèt gezicht.


Pennings heeft ervoor gekozen met hulp van de fotograaf Paul Bogaers, wiens werk hier ook te zien is, de foto's op onderwerp associatief bij elkaar te hangen en dus niet op oeuvre. Er zijn bewust geen bordjes met vervaardigersnamen opgehangen, zodat de bezoeker zijn of haar aandacht volledig op de foto kan richten. Er is een klein boekje bij de tentoonstelling verschenen met daarin alle relevante informatie over de fotografen, in alfabetische volgorde. Het is een heel geblader tijdens de rondgang door de tentoonstelling, maar de foto's - van bekende en minder bekende fotografen - krijgen daardoor wel alle aandacht die ze verdienen.



Bij Breda Photo 2005 verscheen een magazine, met daarin opgenomen een essay van Harry Pennings over de expositie waarvan hij curator was. De tekst wordt opgenomen in blog #13. Het geeft een goed tijdsbeeld, niet alleen over diverse opvattingen over schoonheid, maar ook over de overgang van analoge beeldbewerking naar digitale beeldbewerking.



52 keer bekeken2 reacties

PENNINGS FOUNDATION

Geldropseweg 63

5611 SE  Eindhoven

info@penningsfoundation.com

Tel: +31 (0)40 30 80 609

OPENINGSTIJDEN

Woensdag:
Donderdag: 
Vrijdag:   
Zaterdag:  
en op afspraak

 

12:00 – 17:00
12:00 – 17:00
12:00 – 17:00
12:00 – 17:00

VOLG ONS