top of page
Zoeken

#24 Fotografie als basis

Aan het woord: Tom Woestenborghs


Het werk van Tom Woestenborghs lijkt fotografisch, maar is opgebouwd uit tape en plasticfolies.

In het jaar dat beeldend kunstenaar Tom Woestenborghs (1978) 40 werd en hij een artistieke midlife crisis vreesde, nam hij zich voor zich alleen bezig te houden met het maakproces. Daarbij beperkte hij zich tot drie onderwerpen: bloemstilleven, abstract en vrouwelijk naakt.


Tijdens de inrichting van zijn expositie bij Pennings Foundation geeft hij tekst en uitleg.

“Ik ben opgeleid tot schilder. Na mijn studie (aan St. Lucas en het Hoger Instituut voor Schone Kunsten, beide te Antwerpen) ben ik video-installaties gaan maken, vervolgens grafische beelden op lichtbakken en daarna collages met folies en tape.

Ik was een sociaal-politiek beschouwend kunstenaar. Rond mijn 40ste werd ik het zoeken naar maatschappelijke thema’s moe. Toen ben ik me gaan beperken tot de drie basisthema’s: abstracten, naakten en bloemen. Laag over laag breng ik plasticfolies of plakband op, net zoals je een schilderij opbouwt. Ik gebruik verschillende soorten tape en folies, o.a. ook pleister, schildertape en plakband, zowel textielachtig als transparant. De textiele tapes hebben een tactiele werking.”


Petra Cardinaal heet de bezoekers welkom op de opening van de expositie van Tom Woestenborghs (midden), met rechts Frank Taal. De expositie is samen met Frank Taal Galerie georganiseerd. foto Hetty de Groot

“Het ziet er fotografisch uit, maar het zijn collages. De modellen kies ik zelf uit, ik wil geen professionele modellen. De foto’s van de naakten maak ik zelf. Voor de collages maak ik eerst digitale schetsen. Voor de basisvorm maak ik een mal of tekening. De folies worden in vorm gesneden.

De vlakverdeling is ritmisch opgebouwd, net als bij een schilderij. Een periode heb ik de collages voorzien van een laag epoxy, maar daar ben ik mee gestopt om juist de materialiteit van het beeld te laten zien. Door de presentatie in lichtbakken wordt de materialiteit versterkt.”


Journalist en kunstcriticus Edo Dijksterhuis interviewde Tom Woestenborghs. foto Hetty de Groot

Iedere collage is anders opgebouwd. Het ene werk is opgebouwd uit stukjes tape, het andere uit folies, of een combinaties van tape en folies. Het ene is vlak, in het andere is juist veel dieptewerking gecreëerd.

De kleuren zijn over het algemeen hard, net zoals de kleuren in de reclamewereld. “De wereld is formeel en hard geworden.” Maar hij verwijst ook naar de sfeer van de prerafaëlieten, een 19de-eeuwse Engelse kunstenaarsgroep, die esthetiek en sensualiteit benadrukte.


Ieder werk is anders. Er zitten ook foto’s tussen en grafisch werk. Twee bloemstillevens zijn door de uitvergrotingen haast abstracte voorstellingen geworden. In feite zijn deze foto’s een knipoog naar traditionele, Oostenrijkse stoelbekleding uit de jaren vijftig-zestig.


Op de vraag waarom hij geen mannelijk naakt toont, antwoordt hij dat er geen mannen bereid waren voor hem te poseren…